Met de nieuwe Wet flexibel werken kunnen werknemers (ten minste 26 weken in dienst) een verzoek indienen bij de werkgever om arbeidsduur, werktijd en werkplek te wijzigen. Werkgevers zijn niet verplicht dat verzoek te honoreren.

De werknemer moet het verzoek ten minste twee maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing schriftelijk bij de werkgever indienen.

Afhankelijk van het type verzoek van de werknemer, gelden er andere eisen om het verzoek af te wijzen. Zo zal de werkgever een verzoek de arbeidsduur of de werktijd te wijzigen, moeten inwilligen, tenzij er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn. Een voorbeeld van een dergelijk belang is als het verzoek leidt tot ernstige problemen op het gebied van veiligheid of van rooster technische of financiële aard.

Voor het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats geldt het criterium van de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen niet. Wel zal de werkgever het verzoek van de werknemer serieus in overweging moeten nemen en daarover in overleg moeten gaan met de werknemer.

De werkgever moet een beslissing schriftelijk laten weten aan werknemer.