Een agentuurovereenkomst opstellen is maatwerk. De agentuurovereenkomst is vormvrij, maar er is wettelijk veel geregeld. 

Voor het opstellen van een agentuurovereenkomst is het aan te raden om een advocaat in de arm te nemen. Maar die advocaat zal je ongetwijfeld wijzen op een aantal aandachtspunten, waar je vast over na kunt denken.

Agentuurovereenkomst opstellen: de aandachtspunten

1. Exclusiviteit

Een principaal kan exclusiviteit verlenen aan een handelsagent. Bedenk als principaal goed in welke mate die exclusiviteit geldt. Wil je dat de handelsagent als enige gerechtigd is om verkopen tot stand te brengen? Of wil je als principaal zelf ook producten kunnen blijven verkopen in het (exclusieve) gebied van de handelsagent? Leg (de mate) van exclusiviteit goed vast in de agentuurovereenkomst.

2. Provisie

Een handelsagent brengt verkopen tot stand voor een principaal en heeft hiervoor recht op provisie. In de agentuurovereenkomst moet worden vastgelegd wanneer de handelsagent recht heeft op die provisie. Is dat bijvoorbeeld als de overeenkomst gesloten is of pas als de rekening door de klant betaald is? En hoe zit het bijvoorbeeld met nieuwe overeenkomsten met klanten die al klant zijn van de principaal? Hoe – en over welke bedrag – wordt die provisie precies berekend?

3. Concurrentiebeding

Een principaal kan zichzelf willen beschermen tegen eventuele concurrentie van een handelsagent na het beëindigen van de agentuurovereenkomst. Via een concurrentiebeding in de agentuurovereenkomst kan worden overeengekomen dat het de handelsagent verboden is bepaalde werkzaamheden te verrichten of producten te verkopen na beëindiging van de agentuurovereenkomst.

Een concurrentiebeding is alleen geldig als het op schrift is gesteld en het het type werkzaamheden, werkgebied en klanten betreft dat onder de reikwijdte van de agentuurovereenkomst viel. Als de principaal de agentuurovereenkomst opzegt zonder de wettelijke opzegtermijn in acht te nemen, dan kan hij geen beroep doen op het concurrentiebeding.  Hetzelfde geldt als de beëindiging (vanwege een dringende reden) te wijten aan de principaal.

4. Opzegtermijn

Principaal en handelsagent kunnen een opzegtermijn (bepaald of onbepaald) overeenkomen in de agentuurovereenkomst. Als er geen opzegtermijn is bepaald, dan bepaalt de wet de opzegtermijn.

5. Klantenvergoeding

Als het werk van de handelsagent heeft geleid tot omzetstijging voor de principaal, dan heeft de handelsagent aan het eind van de overeenkomst in principe recht op een klantenvergoeding.

Bij beëindiging van de agentuurovereenkomst dient dan eerst te worden vastgesteld of er een klantenvergoeding door de principaal aan de handelsagent betaald moet worden. Vervolgens dient de hoogte te worden bepaald. In agentuurovereenkomsten worden vaak (te) hoge vergoedingen toegekend aan de agent.