Een verhuurder mag een huurovereenkomst van een woon- of middenstandsbedrijfsruimte opzeggen op grond van een aantal in de wet genoemde redenen. Een van die redenen is het dringend eigen gebruik.

Dringend eigen gebruik is als de verhuurder het gehuurde zelf dringend nodig heeft, of als hij het wil renoveren of slopen.  Opzeggen van een huurovereenkomst betekent natuurlijk nogal wat voor de huurder. Daarom moet er aan een aantal voorwaarden zijn voldaan om rechtsgeldig op te kunnen zeggen.

Redenen dringend eigen gebruik

Rechtsgeldige redenen voor dringend eigen gebruik:

•    Gebruik van het gehuurde door de verhuurder zelf of een andere persoon als dat dringend belang voor de verhuurder oplevert;
•    Sloop van het gehuurde; als de verhuurder een financieel belang heeft bij de sloop van het gehuurde (en een daarop volgende verkoop van de ondergrond);
•    Renovatie van het gehuurde; als renovatie van het gehuurde zonder beëindiging van de huurovereenkomst niet mogelijk is, kan opzegging van de overeenkomst op grond van dringend eigen gebruik gerechtvaardigd zijn.

Voorwaarden opzegging

De wet stelt drie voorwaarden aan een geldige opzegging:

  1. Het eigen gebruik moet zo dringend zijn, dat van de verhuurder niet verwacht kan worden dat de overeenkomst wordt voortgezet;
  2. De belangenafweging moet in het voordeel van de verhuurder uitvallen, zo niet zal de vordering worden afgewezen;
  3. Er moet passende, vervangende woonruimte voor de huurder beschikbaar zijn.

Dringend belang

Het dringend belang moet objectief bepaalbaar  zijn,  het belang moet ook voor buitenstaanders duidelijk zijn.

Belangenafweging

Als het dringend eigen gebruik vast is komen te staan, worden vervolgens de belangen van partijen tegen elkaar afgewogen.  De volgende vragen zijn van belang:

  • Is de spoedeisende situatie veroorzaakt door de verhuurder zelf?
  • Is het gemakkelijk om een vergelijkbare woonruimte te vinden voor de verhuurder?
  • Heeft de verhuurder een onbehoorlijke keuze gemaakt, door juist deze huurder aan te spreken, terwijl hij nog meer vergelijkbare woningen verhuurt?
  • Zijn er  praktische of juridische belemmeringen die het onaannemelijk maken dat de verhuurder het gehuurde zelf kan gaan gebruiken?

Als deze vragen bevestigend beantwoord worden, is de kans groot dat de rechter de vordering van de verhuurder zal afwijzen.

Tags: