Een franchisenemer zal zich bij zijn keuze voor een franchiseformule mede laten leiden door financiële verwachtingen. De verwachtingen hierover van de franchisegever zijn dus belangrijk.

De franchisegever is niet verplicht om de franchisenemer die verwachtingen ten aanzien van omzet en winst te geven. Als de franchisegever die informatie wel geeft, moeten die prognoses wel het resultaat zijn van een gedegen onderzoek.

Als er discussie ontstaat over die verwachtingen en de uiteindelijke realiteit, dan kan franchisenemer – afhankelijk van de situatie – verschillende kanten op:

  1. Beroep op wanprestatie als de prognoses door franchisegever zijn verstrekt na het sluiten van de overeenkomst. Franchisenemer kan dan proberen de overeenkomst (gedeeltelijke) te ontbinden of schadevergoeding te krijgen.
  2. Beroep op dwaling als de prognoses bij het aangaan van de franchiseovereenkomst onjuist waren. Met een geslaagd beroep op dwaling kan de franchisenemer de overeenkomst vernietigen.

Een beroep op dwaling wil een franchisegever uiteraard voorkomen. Een disclaimer bij de prognoses is dan ook aan te raden.