Als iemand een prestatie levert zonder dat daar een rechtsgrond voor is, dan kan die prestatie worden teruggevorderd door een beroep op onverschuldigde betaling te doen.

Denk bijvoorbeeld aan betaling aan een verkeerde partij, betaling van een dubbele factuur of aan een verkeerd geleverde voorraad. Een onverschuldigde betaling kan dus zowel over een geldbedrag als de levering van een goed of dienst gaan.

Als een onverschuldigde betaling is vastgesteld, ontstaat er een verbintenis tot terugbetaling.