Surseance van betaling kan worden aangevraagd als een schuldenaar verwacht dat hij of zij niet door zal kunnen gaan met het betalen van zijn (toekomstige) opeisbare schulden. Een advocaat vraagt de surseance van betaling op verzoek van de schuldenaar aan.

Wanneer surseance van betaling aanvragen?

Een schuldenaar kan surseance aanvragen als hij of zij niet te veel schuldeisers heeft die een bevoorrechte positie innemen ten opzichte van de gewone schuldeisers. Banken met pand- of hypotheekrechten en de Belastingdienst zijn voorbeelden van bevoorrechte schuldeisers. Deze schuldeisers hebben voorrang en hoeven zich niets aan te trekken van het uitstel van betaling.

Een andere voorwaarde voor het aanvragen van surseance van betaling is dat schuldenaar een groot deel van de schuld af kan lossen. De surseance zal er namelijk in de meeste gevallen toe leiden dat de schuldeisers genoegen moeten nemen met gedeeltelijke betaling van hun schuld. Deze verplichting bestaat alleen als tweederde van alle schuldeisers die samen driekwart van de totale schuld vertegenwoordigen akkoord gaan met een gedeeltelijke betaling. Een dergelijk akkoord is een dwangakkoord, de overige schuldeisers worden dan gedwongen om mee te werken.

Hoe surseance van betaling aanvragen?

Een advocaat geeft aan welke stukken hij of zij nodig heeft voor het indienen van een verzoekschrift tot surseance. Na de indiening verleent de rechtbank in principe binnen een dag een voorlopig akkoord.

Voorlopige surseance van betaling

De rechtbank bepaalt vervolgens wanneer de schuldeisers gehoord worden over het verzoek en welke bewindvoerder de levensvatbaarheid van de onderneming zal gaan onderzoeken. De bewindvoerder adviseert de schuldenaar, helpt bij de onderhandelingen met schuldeisers en beheert samen met de schuldenaar het vermogen. Tijdens de surseance mogen bewindvoerder en schuldenaar alleen samen rechtshandelingen verrichten die het vermogen van de schuldenaar raken.

Definitieve surseance van betaling

Tussen de voorlopige – en  definitieve surseance aan een bedrijf zit in de meeste gevallen een periode van twee tot drie maanden. Nadat de schuldenaar, de schuldeisers en de bewindvoerder gehoord zijn door de rechtbank mogen de schuldeisers stemmen over het wel of niet definitief verlenen van surseance aan de onderneming.

De rechtbank is normaal gesproken vrij om de definitieve surseance van betaling te verlenen of te weigeren. Wanneer echter een derde van de bij de rechtbank bekende schuldeisers tegen de definitieve surseance stemt, wordt deze per definitie geweigerd wanneer het vooruitzicht bestaat dat de schuldenaar zijn schulden niet zal kunnen betalen in de loop der tijd of wanneer er gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar de schuldeisers zal proberen te benadelen tijdens de surseance van betaling.

Besluit de rechtbank om definitieve surseance toe te kennen? Dan kunnen de schuldeisers die niet hebben ingestemd hoger beroep aantekenen.

Surseance van betalingen worden in het Centraal Insolventieregister bijgeschreven. De rechtbank geeft definitieve surseances ook op aan het Handelsregister.

Geen surseance van betaling

Als de rechtbank een definitieve surseance weigert, kan de schuldenaar failliet verklaard worden. De schuldenaar kan een advocaat vragen om hoger beroep te laten aantekenen tegen de weigering om definitieve surseance te verlenen en de eventuele faillietverklaring.