In de handel worden agentuur en distributie regelmatig door elkaar gebruikt. Maar tussen een agentuurovereenkomst en een distributieovereenkomst bestaan grote verschillen.

Bedrijfsrisico

Een distributeur (dealer) handelt voor eigen rekening en risico. Hij koopt producten van de principaal, verkoopt die producten door en verdient aan het verschil.

Een handelsagent bemiddelt namens de principaal bij de totstandkoming van overeenkomsten. De principaal sluit vervolgens die overeenkomst. De handelsagent krijgt voor die bemiddeling provisie. Het financiële en commerciële risico van de handelsagent is hierdoor beperkt.

Wettelijke bepalingen

De agentuurovereenkomst is geregeld in artikel 428 boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de daarop volgende artikelen. De distributieovereenkomst is in tegenstelling tot de agentuurovereenkomst niet specifiek in de wet geregeld waardoor de meer algemene regels van de overeenkomst van opdracht gelden.

Opzegging

Voor de agentuurovereenkomst zijn de opzegtermijnen in de wet bepaald. De opzegtermijn is voor beide partijen, indien contractueel niet anders is bepaald, vier maanden, vermeerderd met een maand na drie jaren looptijd van de overeenkomst en met twee maanden na zes jaar.

Distributieovereenkomsten kennen geen wettelijke opzegtermijn. Uit de rechtspraak kan wel worden afgeleid dat de opzeggende partij zijn wederpartij een redelijke periode moet gunnen om te anticiperen op de gewijzigde situatie na opzegging. Stelregel is dat, hoe langer de overeenkomst heeft geduurd, hoe langer de opzegtermijn is. Zo is het mogelijk dat de opzegtermijn bij distributieovereenkomsten langer is dan die bij agentuurovereenkomsten.

Klantenvergoeding

Voor de agentuurovereenkomst is het recht op een klantenvergoeding (goodwillvergoeding) bij het einde van de overeenkomst wettelijk geregeld. Voor een distributieovereenkomst geldt dat niet, een distributeur houdt zijn klanten.