Een consument moet zich een goed beeld kunnen vormen van het product of de dienst dat hij wil kopen. Bedrijven mogen de consument hierbij niet misleiden.

Bedrijven moeten daarom altijd duidelijke, ondubbelzinnige en volledige informatie verstrekken over zaken als de kenmerken van het product, de wijze van levering en klachtafhandeling.

Misleidende handelspraktijken

Er is sprake van een misleidende handelspraktijk als een aanbieder:

  • informatie aan de consument geeft die niet juist is, of als hij informatie geeft die feitelijk correct is, maar die de gemiddelde consument op enigerlei wijze misleidt, bijvoorbeeld over de kenmerken van een product of dienst, over de prijs of over de aanbieder zelf (dit heet een ‘misleidende handeling’),

of

  • nalaat de consument informatie te geven die voor de gemiddelde consument belangrijk is om een goede keuze te maken over een aankoop (dit heet een ‘misleidende omissie’), waardoor de gemiddelde consument een besluit over een aankoop neemt of kan nemen dat hij anders niet had genomen.

Het is niet nodig dat de consument daadwerkelijk misleid is. Hij hoeft ook niet daadwerkelijk een besluit te nemen of tot een aankoop over te gaan. Het gaat erom dat de gemiddelde consument door de misleidende handelspraktijk een onjuist beeld had kúnnen krijgen en daardoor tot de aanschaf van een product of dienst had kúnnen overgaan die hij (mogelijk) anders niet had gedaan.

Soorten misleidende handelspraktijken

Er zijn twee soorten misleidende handelspraktijken:

  1. Misleidende handeling
  2. Weglaten of verstoppen van belangrijke informatie

Zwarte lijst

In de wet is een ‘zwarte lijst’ opgenomen. Deze lijst bevat handelspraktijken die onder alle omstandigheden misleidend zijn en dus altijd verboden zijn.

Algemeen verbod

Er kunnen zich handelspraktijken voordoen die niet op de ‘zwarte lijst’ staan en daarnaast ook niet onder de algemene criteria van ‘misleidend’ of ‘agressief’ vallen, hoewel ze wel oneerlijk zijn. Voor die gevallen kent de wet een algemeen verbod.