Een indeplaatsstelling kan bij de kantonrechter worden gevorderd, als het om een middenstandsbedrijfsruimte gaat. Dit kan alleen de oorspronkelijke huurder doen. De kantonrechter bepaalt of er ook daadwerkelijk sprake is van een ‘290-bedrijfsruimte’ en dus vallend onder artikel 7:290 BW.

De rechter bepaalt dit aan de hand van de bedoeling van partijen en het feitelijk gebruik. , maar vaak gewoon aan de hand van de aanduiding in de huurovereenkomst. Er moet in ieder geval een voor het publiek toegankelijk lokaal zijn.

Voorwaarden indeplaatsstelling

Aan de indeplaatsstelling geldt vervolgens een drietal voorwaarden:

  1. het moet gaan om een bedrijfsoverdracht (dus niet alleen de overdracht van de huurovereenkomst)
  2. de huurder moet een zwaarwichtig belang hebben bij de overdracht van zijn bedrijf (bijvoorbeeld pensionering, ziekte, financieel belang)
  3. de nieuwe huurder moet voldoende financiële waarborgen kunnen bieden voor de nakoming van de huurovereenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering.

Bedrijfsoverdracht

Indeplaatsstelling is alleen mogelijk bij bedrijfsoverdracht en is niet mogelijk als er in het pand na overdracht een ander bedrijf wordt uitgeoefend. Vaak worden dergelijke bestemmingswijzigingen al in de huurovereenkomst uitgesloten.

Zwaarwichtig belang

Voorbeelden van een zwaarwichtig belang zijn de inbreng van een eenmanszaak in een rechtspersoon of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de eigenaar. Ook financiële belangen kunnen zwaarwegend zijn. bijvoorbeeld de noodzaak tot overdracht van een slecht renderend bedrijf. De rechter is echter ook bij aanwezigheid van een zwaarwichtig belang niet verplicht om de indeplaatsstelling toe te wijzen. De vordering kan alsnog worden afgewezen als de koper en beoogd nieuwe huurder onvoldoende financiële waarborgen biedt.

Voldoende waarborgen

De rechter is zelfs verplicht de vordering af te wijzen als de nieuwe huurder geen waarborgen kan bieden. Het gaat dan niet alleen om de financiële positie van de huurder ten tijde van de overname, maar ook in hoeverre de nieuwe huurder in staat is om de onderneming renderend voort te zetten. En dus ook in hoeverre hij in de toekomst aan zijn huurverplichtingen kan voldoen.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, moet de vordering in beginsel worden toegewezen. Er vindt echter nog een belangenafweging plaats, waarbij alle omstandigheden van het geval worden meegenomen.

Vordering instellen voor bedrijfsoverdracht

De vordering tot indeplaatsstelling moet in principe worden ingesteld voor de bedrijfsoverdracht.

 

Tags: